De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hield op maandag 20 juni een rondetafelgesprek over Geboortezorg en kraamzorg”. Het rondetafelgesprek is gehouden ter voorbereiding van een algemeen overleg “Zwangerschap en geboorte” met de minister van VWS. In het rondetafelgesprek heeft de commissie diverse vertegenwoordigers uit het veld, experts en ervaringsdeskundigen gesproken over de stand van zaken en de ontwikkelingen rond de Geboortezorg en kraamzorg, inclusief de invoering van het integraal tarief.

Geboortebeweging was één van de genodigde partijen. De centrale thema’s en vraagstellingen:

* Wat gaat er volgens u op dit ogenblik goed in de regionale samenwerking?
* Wat zijn de knelpunten?
* Welke oplossingsrichtingen ziet u om de “geboortezorg en kraamzorg” te verbeteren?
 

 

Onderstaand onze pitch
 

Geachte Voorzitter en leden van de commissie, dankuwel voor de uitnodiging

Ik ben voorzitter van Stichting Geboortebeweging.
Wij zetten ons in voor de rechten van vrouwen in de geboortezorg.
Wij bieden hen een platform om zich te versterken bij het maken van hun eigen keuzes als zorgconsument.
Wij hebben als cliëntvertegenwoordiger meegedacht over de Zorgstandaard en integrale bekostiging.

U vraagt ons: Wat gaat er goed?
Daar hebben wij geen antwoord op. De geboortebeweging is opgericht uit onvrede over de huidige geboortezorg.

Wat gaat er mis?

A. Er is sprake van dwingende zorg- de cliënt mag niet afwijken van de bestaande protocollen,
B. Maar die protocollen zijn per regio verschillend

in de verschillende regio’s, krijgt u als zwangere andere voorschriften.
De vrijheid van vrouwen om te kiezen waar, hoe en met wie zij bevallen is in de praktijk enorm beperkt.
Dat grondrechten als keuzevrijheid en zelfbeschikking worden gedicteerd door werkafspraken, is de wereld op z’n kop.

Uw minister wil de perinatale sterfte terugdringen door de samenwerking te verbeteren. Dit gaat zij afdwingen door integrale bekostiging. “Samen één zak geld” Dat is geen goed doordacht plan.

Als de vertegenwoordiger van zwangere vrouwen willen wij ook niets liever dan het terugdringen van de perinatale sterfte en betere samenwerking juichen wij toe.

Zwangere vrouwen willen goede zorg en gezonde baby’s.
Juist daarom hebben wij een drietal ernstige twijfels bij beleid van de minister:

1. Effectiviteit hervormingen
Ten eerste: We hebben nu midwife led care, voorstel is shared care. Maar Wetenschappelijk onderzoek wijst juist uit dat we dan een verslechtering zien van de kwaliteit
Zolang niet is onderbouwt dat de zorg er daadwerkelijk beter wordt, zijn wij tegen de voorgestelde hervormingen.

2. Beperking van het zelfbeschikkingsrecht
Ten 2e is het recht op zelfbeschikking van zwangere vrouwen in het voorgestelde beleid niet geborgd.
Het beleid nodigt uit tot regionale verschillen zal daarom juist leiden tot een verslechtering van het recht op zelfbeschikking voor zwangere vrouwen.

Zelfbeschikking is een mensenrecht waar niet aan mag worden getornd.

Het is dan ook zorgelijk om in de analyse van de zorgautoriteit te lezen dat de hervormingen zullen leiden tot nog meer dwingende zorg en een toenemende ‘verkoopmacht van zorgaanbieders’.

3. Verkoopmacht vs. Koopkracht
Ons laatste bezwaar: een gezonde markt is gebaat bij koopkracht in plaats van verkoopmacht.
De macht moet niet bij de zorgaanbieders komen, maar de zorgconsumenten; zwangeren en hun partners.

Alle cliëntvertegenwoordigers wijzen het beleid van de minister af
Onze oplossing: VRAAG- in plaats van AANBOD gestuurde zorg.

Wij staan voor een model van “vrouwgestuurde geboortezorg” gefaciliteerd door een persoonsvolgend bekostingsmodel.

Wij vinden het niet meer dan logisch dat het verzoek van de cliënt nader wordt bestudeerd,
zodat we daadwerkelijk toegaan kwaliteitszorg met respect voor mensenrechten, waarbij moeder en kind ècht centraal staan.

 

 

Een volledig overzicht van ons standpunt vindt u in onze position paper

Stichting Geboortebeweging Position Paper d.d. 17 juni 2016
 

 

Rondetafel VWS 20 juni 2016

 

vlnr Joyce Hoek-Pula, Mira Westland-Soebroto & Dhr. R. Lenssen (CvZG)